Analogie leren: “waarom geef ik mezelf geen kusje als ik pijn heb?”

Kleine kinderen, kleine wonderen. Grote kinderen, grote wonderen. Met deze wijsheid (of een andere wijsheid waarbij klein met klein en groot met groot wordt verbonden), zijn wij allemaal opgegroeid.

Helaas vergeten wij de wijsheid dat grote mensen grote wonderen beleven. Zeker als het om leren gaat. Blijkbaar moet leren heel serieus, gestructureerd en  liefst meetbaar zijn. Wonderen hebben daar geen plek. Echter, juist daar ga ik u meenemen! Op onze verkenning door de wereld van impliciet leren stappen we allereerst het analogie-leren binnen. Analogie-leren is simpel gezegd, het begrijpen van  onbegrijpelijke zaken door een vergelijking te maken met wat we wel begrijpen.

Neem nou het fenomeen dat kinderen meedoen  in een wereld waarvan zij het allermeeste helemaal niet begrijpen. Toch vinden zij hun weg en begrijpen vaak, zomaar van het ene ogenblik op het andere, iets wat zij net nog niet konden bevatten.  Wonderlijk he?

We vertrouwen er maar gewoon op dat als kinderen ons vaak genoeg iets zien doen (misschien met een beetje uitleg of een verhaaltje er bij), zij het ‘gewoon’ overnemen. Analogie-leren in z’n meest basale vorm. Het spannende is echter, dat de logica van  analogie-leren best nog complex is.

Neem nou dat voorbeeld van een kindje dat jou komt troosten als je je met een hamer op je vinger hebt geslagen. Het doet een kusje op de zere vinger, knikt je bemoedigend toe en zegt ‘over’.  Als door een mirakel is de pijn meteen verdwenen. Je droogt je tranen en timmert lustig verder.

Het verbaast u niet dat het kindje deze geneeswijze toepast. Toch is het een mirakel.  Denk maar eens aan de mogelijke (minder adequate) varianten. Het kind had kunnen zeggen: “Volwassenen kunnen beter-maak-kusjes geven, dus ga maar een kusje vragen aan papa/mama”, of “jij bent toch degene die kan beter-zoenen, dus doe zelf een zoen op de au”. Toch weet het kind feilloos wie welke rol speelt en welke handeling moet verrichten. Het kind heeft het mechanisme van analogie-leren, het ‘mappen’ toegepast. Dat betekent dat je een analogie uit een bron-situatie (source) over een doel-situatie (target) heen legt. Kinderen leren voortdurend op die manier.

Dat analogie-leren een rol van betekenis speelt, blijkt ook uit onderzoek waarin wiskunde-onderwijs in de Verenigde Staten werd vergeleken met andere landen. In dat onderzoek (Richland, Zur en Holyoak, 2007) bleek dat  Japanse wiskundeleraren en leraren uit Hong Kong veel actiever en gevarieerder gebruik te maken van analogieën. Zij verminderen zo de belasting van het werkgeheugen (= impliciet leren) waardoor de kinderen meer leren en begrijpen.

Kortom, bij kinderen en jongeren speelt analogie-leren een belangrijke rol. Bij volwassenen dan niet meer?  Daar ga ik de volgende keer op in, als het heet: ‘een woord zegt meer dan duizend plaatjes’.

0 Comments

Leave a reply

©2017 NVO2 - website door Thumbs Up

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account