Blended Learning – What do we blend (and for whom)?

Net toen ik was begonnen te schrijven over de rol van opdrachtgevers in effectief opleiden, werd ik op het laatste moment een andere kant op geduwd. Door een vacature bij de Universiteit Leiden, voor een adviseur blended learning. Dat trok mijn gedachten de kant op van inzet van leermiddelen en –technologieën volgens het idee van blended learning. Natuurlijk belicht ik het vanuit effectiviteit van leren. Mag ik u meenemen op deze spontaan opgewelde excursie naar de (on)mogelijkheden van blended learning?

Definitie? Niet aan beginnen!

In de literatuur en in de markt tref je definities te hoop. Wat het in elk geval is – vandaar de term ‘blender’ – is dat er een mix van onderwijsvormen, -technologieën of -strategieën worden gebruikt. Toen de term ontstond, ging het met name om het blenden van e-learning en klassiek training, maar inmiddels zijn er vele definities in omloop. De meest hippe combineert klassikaal leren met online leren en mobiel leren, voor plaats- en tijdonafhankelijk leren.

In het onderwijs is blended learning een concept waarbij studenten leren door de gecombineerde toepassing van face-to-face onderwijs, een elektronische leeromgeving en leren op de werkplek. Vakinhoud, vakdidactiek en algemene didactiek worden hierbij gekoppeld aan de mogelijkheden van de technologie.

Is dit het nou? Is de essentie van blended learning echt het optimaal mixen van leervormen of het koppelen van inhoud aan techniek? Zou het niet moeten gaan om een mix van leereffecten?

De crux is: we doen niet aan blended learning, maar aan blended teaching, nog steeds

Uitgangspunt zijn de moderne leermiddelen en -technologieën, en hoe deze in te zetten om het leren te optimaliseren. We nemen de de leerstof we vragen ons af via welke media we de leerstof het best kunnen aanbieden.

Oké, het wordt vaak erkend dat blended learning niet het doel moet zijn, maar een middel om de voordelen te benutten van verschillende leervormen en technologieën, in combinatie met de mogelijkheden die de werkplek biedt. Toch zie je dat het inzetten van deze middelen een doel op zich is gebleven.

Jos Fransen stelde in zijn artikel ‘Blended learning’ (juni 2006) al vast dat, (gebaseerd op Oliver & Trigwell, 2005) dat de term ’blended learning’ eigenlijk niet meer moet worden gebruikt of anders gedefinieerd. Een nieuwe definitie zou over ‘learning’ moeten gaan en niet over ’teaching’.

Hé, dat voelt als bevestiging en steun, als Jos Fransen mijn twijfel onderbouwt voor wat betreft focus op ‘teaching’ in plaats van ‘learning’. Hoewel Jos Franssen dat al jaren geleden riep, blijft die focus nagenoeg onveranderd, en vormt daarmee de ware bottleneck voor effectief opleiden.

En dat geldt niet alleen voor blended learning. Te vaak beginnen we het ontwerp van een training met de vraag hoe er getraind moet worden (teach) in plaats van de vraag  wat het leereffect moet zijn (learn). Zo ontwerpen wij trainingen en opleidingen of passen bestaande training aan. In dat laatste geval betekent blended learning maar al te vaak dat er ‘leuke’ werkvormen worden ingeschoven. Dat zie je overigens ook gebeuren bij breinleren, waar bestaande trainingen worden her-ontworpen volgens breinprincipes. En ja, de trainingen en leergangen worden er leuker door en aantrekkelijker, maar het leereffect verandert nauwelijks.

Twee wegen naar Rome

Wat weerhoudt ons er toch van om effectief, toepasselijk, praktisch toepasbaar blended learning toe te passen? Waarin ook nog eens de mogelijkheden en de inspiratie van nieuwe technlogieeen zijn vervat? Komt het omdat we toch ook weer iets willen aanbieden dat tastbaar, herkenbaar en liefst betaalbaar is? Omdat we uiteindelijk opleidingsboeren zijn, die hun geld verdienen met het adviseren over of aanbieden van trainingen en leertrajecten? Of, als ik het wat diplomatieker uitdruk: komt het omdat we pas als we met instructional design beginnen, ons afvragen wat we kunnen met blended learning?

Stel dat dat zo is, dan sta ik (met een heleboel andere adviseurs en onderzoekers) bij u in de schuld. U mag van mij (en ons) ideeën en concepten verwachten over hoe blended learning dusdanig kan worden ontwikkeld en aangeboden. Dat het maximaal effect oplevert en tegelijk een concrete ‘aanbiedbare’ vorm krijgt (in een instructional design kan worden gegoten), zodat u het in uw opleidingen kunt integreren of uw opleidingen er naar kunt vormen. Twee wegen openen zich:

1. Effect als benchmark:  Consequent redeneren vanuit de gewenste effecten in plaats van de opleidingsdoelen. Als u telkens a) het gewenste effect vooropstelt, daaruit b) afleidt wat iemand of groepen mensen moeten kunnen om c) de gedragingen te vertonen die naar het gewenste effect leiden, dan heeft u in handen wat mensen moeten leren of – als er helemaal geen probleem is met de capaciteiten van een persoon – welke vorm van ondersteuning nodig is. In Human Performance Improvement (HPI) wordt deze lijn van rederen al gevolgd en Robert Brinkerhoff (Courageous Training, 2008) daagt ons uit om nog radicaler te zijn – en noemt dat niet voor niets High Impact Learning.

2. Praktijksuccessen als benchmark:  Laten we – bijvoorbeeld samen met Charles Jennings – onze ogen open zetten, om te kijken waar in de praktijk effectief wordt geleerd (en dan hoeven we echt niet alleen bij Google te zijn). Het is vaak verrassend hoeveel en op welke manieren mensen en organisaties leren. Meestal niet in een training. Geen toeval dat daar de 70-20-10 metafoor van is afgeleid.

Zolang we de 70-20-10 benadering inzetten vanuit de ‘learn’ en niet vanuit de ‘teach’ (want zelfs bij de invulling van de 70 zoeken we al naar ‘aanbiedbare’vormen), gaat het goed. Als we dat rigoureus doen, dan komen we in de praktijk ook nog heel andere fenomenen tegen dan het ontwikkelen door blended learning, door 70-20-10 of door High Impact Learning.

Juist nu ik deze blog aan het schrijven was, werd ik verrast door een artikel waarin wordt gerefereerd aan een onderzoek in Science Daily (15 juni 2015) waarin wordt uitgelegd dat een van de meest effectieve middelen voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen is om te behoren tot meerdere groepen. Als ik dit doorvertaal naar mijn opvatting van blended learning, dan zou de opdracht ‘sluit je aan bij meerdere (vrienden)groepen’ onderdeel van het leertraject kunnen zijn. Het artikel komt zelfs nog met zes andere suggesties, waarvan we tenminste drie niet in een training zouden hebben opgenomen:

  • Meer glimlachen
  • Sporten
  • In Servië wonen
  • Een vaardigheid ontwikkelen
  • Tijd besteden op Facebook
  • Aandacht besteden aan kleding

 

Dat is nog eens een aardige blend, als ik  – in de leergang ‘vergroot uw zelfvertrouwen’ glimlachend en goed gekleed aan het sporten gezet wordt in Servië!

Slotsom, in feite moeten we ons richten op learning in plaats van teaching en op integraal ondersteunen van leerdoelen in plaats van het mengen van verschillende leermiddelen en –technologieën. In plaats van blended learning praten we wat mij betreft over integrative learning.

0 Comments

Leave a reply

©2017 NVO2 - website door Thumbs Up

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account