NVO3, een wereld van clicks and bricks

Nieuwe kansen op toegevoegde waarde voor een beroepsvereniging

Intro

Wie jarenlang gewend is te leven in een besloten club, heeft een harde dobber aan het participeren in een netwerksamenleving. Richting en samenhang zijn in een steeds minder verticale, meer horizontaal communicerende samenleving nu eenmaal minder lineair van aard. En dat geldt ook voor hiërarchie en pikorde. Deze zijn niet meer gebaseerd op historie of verworven rechten, maar op het bieden van extra’s, van toevoegde waarde. Slim, slagvaardig, pakkend, zenden, framen, sturen volstaan niet langer. Waar het op aankomt is: herkennen van knopen in netwerken en vanuit een relationeel perspectief gezaghebbend verantwoordelijkheid nemen, koers kiezen en  houden.

Verenigingen, en dus ook beroepsverenigingen, i.c. NVO2, staan onder druk, ledentallen dalen gestaag. De bevestiging van een trend. Kennis is niet langer exclusief. Verdienmodellen van (beroeps)verenigingen zijn gebaseerd op (exclusieve) toegang tot kennis én ledentrouw.

Op de keper beschouwd vinden beroepsverenigingen, in haar traditionele concept haar wortels in de industriële economie, een periode van command & control, van formele functies en titels, van vaste, bedrade werktijden, waarin leren werken is. Ik neem waar dat veel beroepsverenigingen zich richten op de instandhoudingvraag. En dan optimaliseer je op een bestaand concept, dan maak je wat er is beter. Volgens mij is een andere vraag aan de orde, namelijk de vraag wat de rol kan zijn van een beroepsvereniging in de kenniseconomie/informatie-economie, een era waarin resultaten boeken, draadloos nieuw werken in een matrixorganisatie of netwerk centraal staan. En dan komt de vraag op welke transformatie daar voor nodig is. Op weg naar een toekomstbestendig kennisnetwerk met meetbaar toegevoegde waarde – en andere verdienmodellen.

Nieuwe perspectieven: wederkerigheid

De grenzen tussen organisaties, markt, maatschappelijke organisaties en professionals schuiven als schotsen en de verwachting is dat dat de komende decennia alleen maar sterker zal worden.

De geldigheid van antwoorden is korter; het zoeken naar een gezamenlijk belang en actualiteit is nodig.

Weick (2005) spreekt van organisaties als ‘losse koppelingen’. Daarbij gaat niet zozeer de basisfunctie of -taak op de helling, maar wel de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de rol die wordt gespeeld. In trefwoorden: van zelf beheren naar faciliteren, van directie naar regie, van zelf doen naar doen realiseren, van besloten club naar netwerk.

Het samenkomen van velerlei informatie- en kennisstromen en de invloed van de informatisering en digitalisering maakt duidelijk dat de verbindende dimensie van de beroepsverenigingen nadrukkelijker in beeld komt.

NVO2 staat voor een plaats in netwerken, voor een rol bij het knopen en ontknopen. Per saldo staat NVO2 voor een lappendeken aan interacties, interventies en afhankelijkheden. De vraag is op welke wijze NVO2 de rol en verantwoordelijkheden op zich neemt die nodig zijn om de professionaliseringsfunctie in het HRD-domein gestalte te (helpen) geven en dus daarmee het belang van het beroepsveld en de te bedienen organisaties te waarborgen. Of, zoals Easton (1972!) dat zo mooi noemde: de ‘gezaghebbende toedeling van waarden’ gestalte te geven.

Wil de NVO2 meer tussen de partijen staan, in een netwerk opereren en zich niet steeds boven de leden en/of partijen plaatsen, dan vergt dat een perspectiefwisseling. Het begrip ‘terugtreden’ doet niet volledig recht aan de nieuwe rol van NVO2. Wat voorligt is een veel geraffineerder patroon van signaleren, verbinden, inhouden, doorstoten en volhouden. En daarop initiëren en regisseren.

Ik zie een kansrijke toekomst voor een NVO2 die regie voert op waardecreatie via netwerken. Zij legt de zinvolle verbinding van clicks & bricks waarbij de regie van de contacten en de waarde voor en door NVO2 tot stand komen via co-creactie. NVO2 is de spin in het web, die alles weet, handig bundelt en interactiepatronen realiseert. Met nieuwswaarde, wetenschappelijke waarde en vakinhoudelijke waarde. Daarnaast is NVO2 een platform voor de bricks: de ontmoetingen, bijscholingen, conferenties en veel meer eigentijdse vormen van leren en ontwikkelen, inclusief de inzet van een oneindig aantal social media. Met, in verrassende coalities samengebrachte, stakeholders. En dat zijn de oude getrouwe partners, de individuele professionals, de zzp-ers, de grote trainingbureaus, de meest succesvolle dienstverleners. Ja, ook met de portefeuillehouders voor sociaal beleid in organisaties. En natuurlijk ook met de wetenschappers van het eigen HRD-domein. Maar niet meer exclusief met professionals uit de eigen besloten club, ook gewoon de mensen die het meeste aan waarde brengen. De bestuurder, de moderne vakbonds-vertegenwoordiger, de ondernemer die zich richt op het ontsluiten van informatie via communities, of de filosoof en neurobioloog, zelfs de chemicus met oog  voor systemen, die hun bevindingen ontsluiten en toepasbaar helpen maken voor ons domein! Co-creatie als motor van beroepsontwikkeling met duidelijke rollen voor NVO2.

 

De eigentijdse beroepsvereniging in een netwerk

 

De facto is NVO2 is geen ‘directeur’ meer, maar ‘regisseur’; de toegevoegde waarde is niet iets dat je oplegt, maar verdient. En in de praktijk van alledag wemelt het van termen als verbinden, faciliteren, coördineren, mogelijk maken en aansluiten én van initiatieven die hieraan creatief en doelgericht vorm geven.

Door de vervlechting komt de vraag op: wat kan een beroepsvereniging als NVO2? En iets specifieker: hoe vindt en behoudt ze voor haar aanwezigheid steun in die zich snel ontwikkelende en transformerende netwerken? Eén element vraagt hierbij specifiek aandacht: wederkerigheid. Het komt aan op kennis van verwachtingen, behoeften en opvattingen bij prangende vraagstukken die zich aandienen.  En om daar een passende, veelal tijdelijke, vorm aan te geven; om het ontwikkelen van kansrijke arrangementen.

In netwerken is het erg belangrijk dat de regisseur toegevoegde waarde heeft. Ik denk aan de volgende rollen (in willekeurige volgorde) voor NVO2:

  • Regisseur van de HRD-netwerk(kennis) in Nederland via clicks & bricks. De community manager van bijvoorbeeld een kennisportal. De portal waar je naar toe gaat en waarop je vertrouwt dat de informatie intentioneel, juist en goed is. Vergelijk het ook met www.trainingzone.co.uk; dan verkoop je geen  abonnementen meer maar toegevoegde waarde via kennis die er is om in de HRD-professie te kunnen werken. En dat alles met  subsidie van het ministerie van EL&I, omdat er niemand in Nederland echt weet hoe het ervoor staat met bedrijfsopleiden. En dat is toch zorgelijk.
  • Powerhouse en aanjager m.b.t. onderzoek naar (werkplek)leren in organisaties met een commerciële kant vergelijkbaar met het jaarlijks ASTD State of Industry report.
  • Centrum voor innovatie (te koppelen aan powerhouse research). Hier vinden in co-creatie allerlei mogelijkheden plaats om ons vakgebied blijvend te vernieuwen. Ofwel van verdeler van vakkennis naar initiator van hongerig makend (toegepast) onderzoek.
  • Meer opererend als de Amerikaanse ASTD in de vorm van het aanbieden van trainingen en leergangen om de professionaliteit van ons vakgebied te boosten. Waarom niet een geheel eigen NVO2-trainersacademie die met een digitale werk- en leerwereld en een betaald abonnement op de community ieder lid 24/7 voorziet van de juiste informatie, kennis en ondersteuning.
  • Organisator van het enig echte en juiste, jaarlijks seminar voor L&D in de Benelux en wellicht wel Europa. De ASTD vernederlandst en wellicht toch een vleugje ASTD om op die manier in Europa een voortrekkersrol te kunnen blijven spelen.
  • Organisator van studiereizen van, door en voor NVO2.
  • Webshop, waarmee korting wordt verleend op voor de doelgroep relevante artikelen van beamers, tablets tot ….???
  • De Nederlandse NU.NL van HRD en daarmee is het mogelijk om echte concurrentie aan te gaan met de andere bladen op dit vakgebied.
  • Certificerend instituut voor verschillende soorten functies:
    • Leerfuncties in organisaties;
    • Professionals (professionele trainers – opleidingsadviseurs – performance consultants);
    • En wat mij betreft ook voor commerciële aanbieders.

 

Hoe dan? NVO2 wordt NVO3!

De verschuiving van besloten club naar open netwerk heeft onvermijdelijke gevolgen voor het leiderschap in de meest brede zin van het woord. Fukuyama spreekt van het vermogen tot verenigen (‘associations’) en presence. Jaworski, Scharmer & Flowers van connectiviteit. Op grond van de Amerikaanse praktijk van bedrijven en overheden stelde Fukuyama vast dat probleemoplossing steeds vaker ontstaat uit vrijwillige verbindingen. Wie die verbindingen kan helpen realiseren, maakt het verschil. De dominante discussie over de beroepsvereniging verschuift daarmee van de organisatorische aspecten naar verspreide netwerkvorming en ontsluiting of deling van kennis.

NVO3, de beroepsvereniging van de toekomst, bezit connectiviteit en kan dus verbinden. Verbinden is de kernkwaliteit. Verbinding die tot waardecreatie leidt! Gevraagd dus: vermogen om oude reflexen te zien, af te leren en ruimte te nemen om nieuwe patronen te laten inslijpen. Co-creatie zal meer de norm worden. Praten met vakmensen, beroepsorganisaties en bedrijven om een platform te creëren en altijd op zoek naar de echt prangende vragen in de beroepspraktijk. Dat is de nieuwe basis van gezag, toegevoegde waarde.

NVO3 heeft hart voor de echte vragen en behoeften van de klanten van haar beroepsbeoefenaren, kan snel en flexibel organiseren, ontwikkelt inzichten door co-creatie, voelt de tijdgeest aan en heeft altijd de ambitie om mens, organisatie en samenleving te verbinden en te laten floreren. Een patroon van verbinding op systeemniveau. Een benadering die het gedeelde belang als uitgangspunt neemt, de onderlinge afhankelijkheden erkent en meervoudige verbindingen legt over de grenzen van de diverse domeinen.

En wat is er voor nodig om dat in praktijk te brengen? Wat zou er moeten gebeuren om de voorgaande redenering werkend te krijgen? Wie moet er nu in actie komen? Langs welke stappen zou dat kunnen? Hoe snel moet dit, hoe groot is de noodzaak en hoe groot de gap tussen NVO2 en NVO3?

Ik ben er aan toe om een aanzet op het antwoord op deze vraag te geven. Niet verder dan dat. Daar schuilt ook de opvatting onder dat het vinden van de passende weg er een is die we met elkaar moeten creëren.

In ieder geval staan we met elkaar voor de volgende vragen:

  1. Waar vinden we succesvolle voorbeelden van, wederkerig, innovatief denken, werkende perspectiefwisselingen en verdienmodellen. Ik zie dan bijvoorbeeld bij HIVOS, een ontwikkelingsorganisatie die staat voor emancipatie, democratisering en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, die webbies en on-line campaigners inzetten bij hun fondsenwervingen. Wie ziet andere?
  2. De ASTD is een mooie spiegel, maar we moeten geen successen van anderen kopiëren, maar ons eigen succes creëren.
  3. Hoe krijgen we een blijvend focus op de prangende vragen die de beroepsbeoefenaren bezig houden?
  4. Hoe toetsen we onze plannen aan de criteria van het kennis-/informatieparadigma?
  5. Hoe maken we slim gebruik van de ontwerpprincipes die in De Losmakers (Dekeyser, Wagenaar, Hulsebosch, Koolwijk) zo mooi voor ons geordend zijn:
  • Begin waar de energie zit
  • Zet in op meerdere initiatieven
  • Geef de deelnemers het stuur in handen
  • Werk in kleine, overzichtelijk en behapbare stappen
  • Stimuleer de nieuwsgierigheid als bron om vanuit te werken
  • Werken = (informeel) leren
  • Bouw met elkaar vanuit laagdrempeligheid

Ergo waar liggen de kansen, wat is helpend en wat zijn de versnellers en nog belangrijker

‘WIE STAPT MET ONS IN DE BUS OM DAT TE REALISEREN?’

(voor deze blog is dankbaar gebruik van kennis en inzichten die in het kennisdomein van de Bestuurskunde zijn gegenereerd, met een forse knipoog naar uitdagende paper van Léon Klinkers en Guido Rijnja: “Van bolwerken naar netwerken”, over ambtelijk leiderschap in nieuwe associaties.)

6 Comments
  1. Profielfoto van Moniek
    Moniek 5 jaar ago

    Beste Han, dank voor je heldere verhaal over Clicks & Bricks! En voor je 5 vragen over hoe we onze toekomst als beroepsvereniging gaan vormgeven. Wat goed dat het NVO2 bestuur en kantoor een denktank willen zijn en onderzoekt welke toekomstige opties voor NVO2/3 realistisch zijn.
    Bij je laatste, pragmatische vragen: Waar liggen de kansen en Wie stapt met ons in de bus om dat te realiseren? denk ik: Wat is wijsheid? Hoe gaan we dat doen? Gaan leden (apart of samen met bestuur/kantoor) een denktank vormen om een model beroepsvereniging te ontwerpen door voorkeuren van leden te inventariseren? Of is dat eigenlijk al gedaan bij de laatste ledenbijeenkomst? Wie of wat is op het ogenblik een goede thermometer van (toekomstige) HRD in de samenleving? Als we dat weten kunnen we werken aan een NVO3-model. Ik vind het knap lastige vragen. Als ZZP’er ervaar ik de transformatie van deze tijd aan den lijve: solide opdrachtgevers vallen weg, zowel grote als kleine organisaties wachten af. Dat heeft een onmiddellijk effect op hoe ik reageer op jouw NVO3-schets: ik heb geen overzicht op wat er gaat komen in ons HRD landschap. Ik kan alleen op intuïtie varen en ik kies dan voor het ontwikkelen en verstevigen van persoonlijkheid en autonomie van het individu binnen organisaties. Het individu zal mijns inziens vaker zijn eigen kompas moeten vinden en vertrouwen op eigen keuzes en kwaliteiten.
    Mijn nabije toekomst-verwachtingen van NVO3: een flexibel en pragmatisch HRD netwerk dat tot stand komt door dialoog, inventarisatie en overleg, tussen leden, bestuur, kantoor, aanbieders, afnemers en gelijkwaardige organisaties. Behoorlijk polderen dus….
    Groet, Johan vd Kooij

  2. ‘Gezamenlijk zoeken, individueel vinden’, is dat mogelijk de kern waar het om gaat?

    Beste Han, Ik vind het een mooi stuk. Het is een uitgebreide schets met belangrijke thema’s en concrete vragen. Je uitnodiging tot meedenken en meedoen neem ik graag aan. Als zelfstandig trainer, coach en lid van de NVO2 spreken mij de ontwikkelingen erg aan. Vandaar deze reactie in de hoop dat mijn gedachten schetsen hierover en deze paar woorden een hopelijk waardevolle bijdrage kunnen leveren.

    Als ik naar de grote lijnen kijk is het eerste wat ik uit je verhaal hoor spreken ‘het zoeken naar nieuwe waarden’ en de urgentie en ‘oproep tot actie’. Wat heeft waarde? Welke waarden kunnen we toevoegen? Welke kunnen of willen we zelf creëren? en uiteindelijk ook ons (financiële) bestaansrecht op bouwen? Dit zijn belangrijke vragen waar je een mooie aanzet toe geeft. Daarnaast geeft dat ook de vragen: hoe nu verder, wat te doen?

    Transformatie
    Het gevoel dat we in een periode van transformatie leven deel ik met je, net als ongetwijfeld vele anderen. Maar misschien belangrijker nog dan het gevoel te delen is volgens mij de vraag te beantwoorden in wat voor soort transformatie we eigenlijk leven. Want transformatie of verandering is iets van alle tijd. We zeggen niet voor niets vaak: ‘De enige continue factor in het leven is verandering (transformatie)’. Maar, is deze tijd waarin we nu leven een verandering in de zin van een ontwikkeling, een groei of is het een verandering in de zin van een metamorfose? Hebben we hier te maken met het groeien, bloeien, verwelken en in de nieuwe lente weer opkomen zoals we dat het meeste in de natuur zien of hebben we te maken met een verandering vergelijkbaar met de rups die zich omvormt tot een vlinder? Met andere woorden: Waar hebben we nu mee te maken?. Als we hier geen gezamenlijk antwoord op vinden, dan kan ik me voorstellen dat er altijd een strijd blijft bestaan en energie verloren gaat door deze onbeantwoorde vraag die dan altijd op de achtergrond mee zal blijven spelen (instandhoudend aanpassen of metamorfoseren?).
    Maar voordat we hierover in discussie gaan is het misschien wel belangrijker om eerst individueel, voor jezelf, een antwoord te vinden. Hoe kijk ik tegen de huidige tijd aan en wat voor soort transformatie ervaar ik zelf en voel ik dat er plaatsvindt? Dit is dan een meer passende vraag.
    En dan nog is er iets anders. Want het beantwoorden van deze vraag ‘wat vind IK ervan?’, draagt voor de discussie namelijk polarisatie in zich doordat het twee kampen, twee meningen verondersteld. Vind ik dat het een metamorfose is naar iets totaal nieuws, naar iets volledig anders of vind ik het een natuurlijk groeien en ‘ademen’ waar er soms expansie is en dan weer inkrimping. Daar waar de NVO2 (NVO3) ernaar streeft om vruchtbare verbindingen te leggen kun je deze meningsverschillen overbruggen met de vraag: ‘Waar vind ik dat we te maken hebben met metamorfose en op welke onderdelen nu juist met een ‘natuurlijke’ groei’. Antwoorden op die vraag geven de mogelijkheid om van daaruit tot een vruchtbare uitwisseling, wederzijds begrip en in gezamenlijkheid tot iets nieuws te komen. Echt iets te creëren.

    Waardecreatie
    Waarde en waardecreatie is nog iets anders wat je noemt. We moeten als vereniging naar iets nieuws, een nieuwe vorm. Maar welk nieuwe vorm heeft waarde? Wat zijn de waarden die dan belangrijk zijn?
    Ook hier speelt volgens mij een dilemma op de achtergrond. Een die ligt in het verlengde van het dilemma ‘geleidelijke’ ontwikkeling of metamorfose. Dit dilamma is namelijk de vraag: moeten we naar het verleden kijken en onze wijsheid daarvandaan halen? of moeten we ons juist alleen maar richten op de toekomst en uitgaan van wat we willen worden als NVO2? Eigenlijk gaat het daarmee om de vraag: In hoeverre moeten we het verleden kennen om de toekomst vorm te geven? Ook daar zie je vaak een tweestrijd ontstaan. Het is een feit dat de oorzaken voor het heden in het verleden liggen en dat kennis van het verleden op zijn minst behulpzaam kan zijn, al was het maar om niet weer in dezelfde valkuil te trappen. Toch ‘bewijst’ iemand als Albert Ellis (grondlegger van de RET) dat je ook zonder terugkijken (Rogeriaans, regressie) wel degelijk een andere toekomst kunt creëren en een waardevol leven op kunt bouwen. Welke benadering juist is weet ik niet. Misschien dat we door de keuze die we hebben en de vrijheid die we kunnen nemen om vanuit het ene of het andere gezichtspunt te werken (of vanuit beide beide) juist creatief kunnen zijn.

    Over het verleden toch nog iets wat belangrijk kan zijn voor de transitie naar de toekomst. In je stuk geef je aan dat de (traditionele) beroepsverenigingen hun wortels vinden in de industriële economie en daar kan ik me goed in vinden. Vanuit jou vraag naar nieuwe perspectieven wil ik een poging doen daar iets aan toe te voegen. In dit geval een perspectief op het verleden.

    In de tijd van 1900 tot nu treden overduidelijk de industriële revolutie en daarna de digitalisering en informatisering op de voorgrond. De verworvenheden zijn enorm. Maar wat is eigenlijk de achtergrond van deze ontwikkeling? Welke krachten spelen daarin en werken mogelijk nog door? Als ik daarnaar kijk en een poging doe daar zicht op te krijgen dan zie ik twee grote stromingen, het materialisme en het individualisme. En volgens mij zijn dat de twee dingen die van belang zijn voor de worsteling die er nu is. Nu is het zeker niet mijn bedoeling om die als ‘schuldige’ aan te wijzen want materialisme en individualisme zijn op zich neutrale termen, neutrale begrippen. Waar het volgens mij cruciaal wordt is dat deze stromingen zich ontwikkeld hebben tot wetenschappelijk-materialisme (ofwel materialistische wetenschap) en egoistisch-individualisme. Door deze eenzijdige ontwikkeling is een belangrijk evenwicht verstoort en het lijkt mij dat dat wel eens de reden kan zijn dat er nu zoveel ‘tegen’bewegingen zijn. Bewegingen die naar iets anders streven en die uiteraard niet begrepen worden vanuit het oude denken, het oude paradigma. Misschien kan een voorbeeld dit verduidelijken. Een belangrijk thema waar dit zich heel concreet aandient is Brein-leren. Een hot item binnen wetenschap, HRD en NVO2. Aan de ene kant zie je hier vanuit de huidige materialistisch ingestelde wetenschap dat ‘het bewustzijn’ (en daarmee ook leren en ontwikkelen) gezocht wordt in de hersenen. Om precies te zijn in de cellen en in de chemische en elektrische processen die daar plaatsvinden. Aan de andere kant heb je het recente, op wetenschappelijke methoden gebaseerde onderzoek van cardioloog Pim van Lommel dat aantoont dat “er goede redenen zijn om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het bewustzijn kan ook los van ons lichaam ervaren worden”. Uit zijn onderzoek bij mensen die een bijna-dood ervaring hadden kwam naar voren dat klinisch dode mensen wel degelijk reële ervaringen en bewustzijn van het hier en nu konden hebben, los dus van de hersenfunctie. Tevens bleek dat dit niet verbazend grote invloed had op hun verder leven, vaak ook in positieve zin.
    Vooralsnog zijn dit in de wetenschap van leren en ontwikkelen nauwelijks overbrugbare tegenstellingen. Een belangrijke vraag die nog op veel meer gebieden speelt is dan ook: ‘Hoe kunnen we in de wetenschap (als het gaat om de mens – leren – ontwikkelen) tot een brug komen tussen het materialistische en het geestelijke/spirituele?’ Het is daarmee zowel een inhoudelijk vraag als een vraag die met de tijdgeest te maken heeft waar we als NVO2 deel van uitmaken. Hoe willen we als NVO2 daarin staan en de verbinding vormen?, dat blijft de vraag.

    Het is denk ik niet aan de NVO2 om partij te kiezen lijkt me. Wel kan ik me voorstellen dat gezien de oververtegenwoordiging van de traditionele materialistische wetenschap met zijn vaak functionele uitgangspunt het belangrijk is om voldoende ruimte te geven voor de andere kant. De kant die de mens meer benaderd vanuit het geestelijke, spirituele, zingevende. Nu kun je de vraag stellen of dit stuk dat meer gericht is op persoonlijke ontwikkeling, ontplooiing en zelfkennis wel zo nuttig is voor organisaties.
    Wellicht dat juist de NVO3 ook daar iets kan betekenen door te laten zien in de keuze voor professionaliseringsonderwerpen dat het omzetten van (zelf)kennis in persoonlijke kracht en professionaliteit als het gaat om begeleiden en ontwikkelen van mensen wel degelijk ten goede kan komen aan het presteren van organisaties.

    Nog even terugkomend op de andere stroming. Bij het egoistisch-individualisme ziet iedereen voor zich waarschijnlijk wel voldoende voorbeelden in de huidige tijd die pijnlijk duidelijk maken waar we in doorgeschoten zijn en wat de keerzijde is van het vinden van ons (‘kleine’?) Ik. ‘Kennis is macht’ en deze kennis voor jezelf houden gaat niet meer op. Daar komt de informatisering en digitalisering ons gelukkig te hulp om kennisdeling mogelijk te maken en te versnellen. Wellicht dat nu de tijd is aangebroken van ‘Kennissen is macht’ gezien het opkomende belang van sociale netwerken. Aan de ene kant is dit een zegen om verbindingen aan te kunnen gaan en contacten te kunnen leggen met iedereen waar ook ter wereld. Aan de andere kant is het natuurlijk wel een verarming van het persoonlijk contact, elkaar van mens tot mens spreken, daadwerkelijk zien, …. elkaar als mens zien ….. En we weten wat dat voor gevolgen kan hebben.
    Wellicht dat de NVO3 daar een rol kan spelen. Dat we ervoor kunnen zorgen dat de mens weer volledig gezien kan worden als mens, in zijn mens-zijn en niet meer gezien wordt als productiemiddel (industriële tijdperk) of als een groepsonderdeel dat met (selectieve) informatie voorziening via de digitale snelweg goed te beïnvloeden en te sturen is.

    Maar blijft nog steeds de vraag staan: ‘Wat zijn de nieuwe waarden?’ en ‘Welke waarden willen we creëren?’. Misschien is deze kernvraag wel te beantwoorden vanuit bovenstaande waar ‘Wetenschap’ centraal staat. Want gaat het, als het gaat om ‘Waarden’, niet in eerste instantie veel meer om de vraag ‘WAT is dan waardevol?’. En bij dat ‘Wat’ om de vraag: ‘Waar gaat het eigenlijk om, waar gaat het ons om, waar gaat het mij om?’.
    Het punt waar ik dan zelf op uitkom is dat het enige wat fundamentele waarde heeft ‘de waarheid’ is, dat het gaat om ‘het weten van de waarheid’. Dat de waarheid uiteindelijk misschien wel het enige is dat telt, dat waarde heeft en zijn waarde behoudt. Misschien lijk ik een idealist en klinkt het op het eerste gezicht wat vreemd maar aan de andere kant ben ik wel zo realist dat ik ook genoegen neem met het streven naar de waarheid. Want gaat het in wezen niet om het streven om van kennis naar begrip en via begrijpen naar weten te komen om zo juist door te dringen tot de waarheid? Nu zou je dit waarheid gedoe alleen kunnen zien als het zoeken naar de absolute waarheid in een soort van academisch of filosofisch wetenschappelijk geneuzel, maar ik heb het hier ook over de subjectieve waarheid. Daar waar in organisaties tussen mensen de problemen ontstaan omdat iedereen van zijn eigen waarheid uitgaat, van daaruit communiceert en vaak niet het vermogen heeft om in de waarheid van de ander te kijken, de ander te begrijpen in zijn waarheid en tot de ander door te dringen. Want is dat niet vaak de hulp die we mensen en organisaties bieden in veel (communicatie) trainingen en coaching?
    Misschien moet het dus niet gaan over het vinden van nieuwe waarden maar over het vinden van nieuwe waarheden.

    Overigens stopt het natuurlijk niet bij het vinden van de waarheid. Want dit streven is niet alleen omwille van de waarheid op zich, maar om van daaruit, met vaste grond onder de voeten, iets nieuws op te bouwen, iets te scheppen, iets van waarde te creëren. Het mooie is dat dit volgens mij eigenlijk al in het woord ‘Weten-schap’ zit verborgen.
    Niet in het gebruikelijke materialistische begrip ‘wetenschap’ maar in zijn oorspronkelijk betekenis dat ” ‘Wetenschap’ de kunst is om het weten te scheppen”. Waardoor de wetenschap niet meer alleen een koude, analytische en reductionistische daad is van het intellect en de ratio maar ook een scheppende, intuïtieve en inspirerende daad van de ziel en de geest.

    Volgens mij is dat van waaruit we, gezamenlijk en ieder voor zich, een bijdrage kunnen leveren en zal dat de waarde kunnen zijn die ons ons bestaansrecht verleent.

    Graag wil ik ook nog iets anders toevoegen. Iets dat voor sommigen misschien wat meer concreet is. Ik heb het dan over de Europese ‘ASTD’ als ik het even zo mag noemen.
    De NVO2 stelt het opleiden, leren, ontwikkelen en presteren in arbeidsorganisaties centraal (leren in organisaties). We ontkomen er dan ook niet aan om onze blik te richten op de ontwikkelingen die hier plaatsvinden als het gaat om arbeidsorganisaties. Dat zijn er vele, maar ik wil er toch een uitlichtten. Dat is namelijk de ontwikkeling dat de economische macht van het (verre) oosten enorm aan het toenemen is.
    Mijn vraag is: Zou dit van vergelijkbare invloed kunnen zijn op het ondernemen en onze organisaties in Europa als destijds de invloed die er geweest is en is ontstaan vanuit het westen (Amerika) met de industriële revolutie? Op dit moment hebben de Amerikaanse organisatie-, management- en HRD-theorieën nog steeds grote invloed in Europa maar hoe zal dat in de toekomst zijn, zeker met de succesvolle groei van het oosten?
    Nu weet ik niet of er ook een oosterse variant van de ASTD is waar we ons licht eens kunnen opsteken en onze eigen ideeën aan kunnen slijpen maar ik kan me voorstellen dat het op zijn minst interessant is om onze blik ook te richten op hoe men in het oosten kennis en ervaring deelt en doorgeeft en op welke manier daar waarde in de zin van leren, ontwikkelen, presteren en ‘wetenschap’ gecreëerd wordt. Het is maar een idee.
    Ook hier is het uiteraard niet de bedoeling om zaken over te nemen of te kopiëren. Waar het om gaat is om te anticiperen op mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Beter nog om midden in de ontwikkelingen te staan. Om ons bewust te zijn van waar de tijd om vraagt en iets te vinden in een vorm die past bij het midden, past bij Europa, past bij de manier waarop wij werken en leren willen vormgeven.

    Als we het hebben over werken in organisaties dan heette dat vroeger een ambacht. Vroeger leerde je een ambacht en daarin zat onlosmakelijk de verbinding tussen werken en leren en ontwikkelen. In de loop van de tijd is dat verloren gegaan en we zijn eenvoudigweg gaan werken. Het ambacht is ‘verworden’ tot werk. En het lastige is dat je werken eigenlijk niet kunt leren, werken moet je gewoon doen en wie heeft daar nou echt zin in, om te werken om het werken.
    Werk is geworden tot een baan, tot iets wat je hebt of niet hebt. Waarbij het misschien belangrijker geworden is om het in ieder geval te hebben, wat het ook is, om ervan te leven in plaats dat het iets is om het te leven, ervoor te leven.

    We mogen dan ook hopen dat het ons lukt om dat wat mensen en organisaties samenbrengt, wat organisaties zin geeft en succesvol maakt, dat het ons lukt om dat opnieuw uit te vinden, opnieuw te definiëren, opnieuw te creëren in een vorm die nu nodig is voor de toekomst.

    Hartelijke groet,

    Jerome ten Noever de Brauw I Trinamis

  3. Carlos Estarippa 5 jaar ago

    Dag Han,

    Dank voor je vergezicht van de veranderende wereld en de vragen die dit oproept voor de NVO2. Je beschrijft een aantal boeiende ontwikkelingen die een beroep doen op de toekomst van de vereniging.
    Ik vind het mooi dat de vereniging zich de nieuwsgierigheid toestaat om te gaan verkennen buiten het bestaande. Met je benen op de aarde en je hoofd in de wolken. Dat roept natuurlijk spanning op wat te doen, waar te beginnen, wat verbeteren, wat helemaal op de schop, maar het zet ook in beweging om op pad te gaan met elkaar in de wetenschap dat er nieuwe werelden te ontdekken zijn.

    Misschien is de kunst nog wel om niet alle implicaties te willen overzien voordat we op pad gaan, om te starten en gaandeweg het ‘eindstation’ te blijven bespreken, als die al gevonden wordt.Tegen de tijd dat nvo3 is bereikt willen we waarschijnlijk naar nvo4 toe.

    Die verschillende rollen en 5 vragen vind ik een mooi praktisch kader om vanuit te onderzoeken.

    Hoe? waar? met wie?
    Aan vragen geen gebrek.

    Groet,
    Carlos Estarippa

  4. Profielfoto van Moniek
    Moniek 5 jaar ago

    Waarde Han,

    dat we ons tot iets verenigen is de essentie van een vereniging. Jouw prachtige blog over de toekomst van onze vakvereniging nodigt tot die vereniging uit en vroeg om een uitgebreider antwoord dan ik kwijt kon in deze notities.

    Zou de toekomst van NVO2, NVO3, een vrijplaats voor vakmanschap kunnen zijn?
    http://nvo2leren.wordpress.com/2012/06/24/vrijplaats-voor-vakmanschap-een-vakvereniging-in-a-networked-society/

    Hartegroet, Evert Pruis

  5. Cees Hoogendijk 5 jaar ago

    Beste Han, je hebt het boek van Ronald van den Hoff – Society3.0 – goed gelezen. Of je wist het al. En zo niet, dan volstaat lezing van deel drie: Organisatie 3.0 (naar mijn smaak synoniem aan de lerende organisatie). Wil je de smaak van wederkerigheid maximaal tot zijn recht laten komen, proef dan van ‘asynchrone wederkerigheid’. En zoek ook naar de rol van de ‘wereldmens’ in het waardecreatienetwerk. HRD als beroep? Achterhaald concept. HRD als impliciet proces in en van organisatieontwikkeling! (Omdat leren – inmiddels mathematisch bewezen – het belangrijkste proces van elke organisatie is.) Beroepsvereninging? NVO3.0 zelf ook als lerende organisatie! Je hebt een mooie set bouwstenen van de kathedraal geschetst. Daadwerkelijk beginnen met bouwen is evenwel het devies en de kunst. Volgens mij kan NVO3 op jou bouwen. MvgCees

  6. Rino Schreuder 5 jaar ago

    Hai Han,
    Goede analyse, prikkelende vraagstelling. Wat mij betreft is de volgende stap het indikken tot een korte, hanteerbare set activiteiten/doelstellingen. Zoals ik je in het voorbijgaan al vertelde, heb ik ooit goede ervaringen opgedaan met de volgende drie:
    1. Platform: ontmoetingspunt, zowel face-to-face (bricks), on-line (clicks) als op papier
    2. Norm: ‘hoeder’van de kwaliteit en zuiverheid van het vakgebie; bivoorbeeld via een eenduidige taxonomie, codes of conduct, systeem van kwalificaties/diploma’s/certificaten,
    3. Baken: woordvoerder van het vakgebied naar buiten, stellingname op in professionele discussies intern.
    Dus: deels regisseur, maar ook deels acteur.
    Hartelijke groet, Rino Schreuder

Leave a reply

©2017 NVO2 - website door Thumbs Up

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account