Onderwijs in 2030?

Hoe ziet een school als aantrekkelijke leer- en werkplek er uit in 2030? Dat is de vraag die mij de voorbije maanden veel heeft bezig gehouden. In opdracht van de minister van Onderwijs in Vlaanderen en in nauwe samenwerking met enkele onderwijspartners, hebben we het voorbije jaar intensief meegewerkt aan een toekomstproject over het onderwijs in Vlaanderen in 2030. De opdracht om een dergelijke toekomstverkenning voor het onderwijs maken, nodigt uit om in verdiepende dialogen uitdagende vragen te adresseren en te verkennen via tal van perspectieven, goed wetende dat 1 oplossing niet bestaat, omdat de samenleving waarin dit onderwijs dient te worden vormgegeven ook onderhevig is aan veranderingen en onvoorspelbare wendingen. Van deze dialogen en uitdagende vragen wil ik er graag één met u delen – mede dankzij de hulp van Joseph Kessels die het thema tijdens een gastbijdrage in het project op de agenda zette.

Er is heel wat te doen rond de finaliteit van het onderwijs. Het aloude debat tussen ‘Bildung’ en ‘Ausbildung’ is velen niet vreemd. En toch, in het denken over de toekomst, lijken deze twee steeds meer op gespannen voet te komen staan. Volgt u even mee?

De samenleving zal in complexiteit toenemen, zich minder voorspelbaar ontwikkelen, met meer diversiteit en spanningen. De implicaties van een zich ontwikkelende kenniseconomie – waar de waarde toevoeging door middel van kennis, verbetering en innovatie steeds meer zal toenemen ten opzichte van klassieke factoren als kapitaal, grondstoffen en fysieke arbeid – zijn moeilijk in te schatten. Zal de economische realiteit aanzetten tot verdere selectie en uitsluiting, terwijl de maatschappelijke discussie oproept tot het vergroten van gelijke kansen en het terugdringen van sociale ongelijkheid? Het onderwijs heeft de opdracht om gelijke kansen te bieden en de sociale cohesie te bevorderen.

Naast een elite van hoogopgeleide kenniswerkers kan een groep burgers ontstaan die steeds minder aantrekkelijk is, omdat zij de kwalificaties missen om te participeren in kenniswerk en om plezier te beleven aan het leveren van ondersteunende dienstverlening. Als de toekomstige arbeidsplaats tevens een plek wordt die vraagt om voortdurend te leren en aan ontwikkeling te werken, dan zullen mensen zonder baan of vrijwilligerswerk niet alleen een last vormen voor de samenleving, maar ook verstoken blijven van de leermogelijkheden in het werk, waardoor hun achterstand alleen maar zal toenemen. Een dergelijke uitsluiting zal in een kennismaatschappij een versnelde segregatie tot gevolg hebben. Het kunnen participeren in welke vorm van werk dan ook, zal een cruciale functie vervullen voor leren, ontwikkelen, het versterken van het gevoel van eigenwaarde, en het bevorderen van welbevinden. Lijkt het concours van ‘Ausbildung’ dan de bovenhand te nemen?

En laat ons deze redenering nog 1 stap verder doortrekken. De erkenning van deze vorm van participatie in de samenleving zal het onderwijs er toe moeten aanzetten om de mogelijkheid tot actief deelnemen in een werkverband al te stimuleren tijdens het formele onderwijs. Dat gebeurt nu al in hoge mate: stages, duale schoolloopbanen, projectonderwijs… Maar gaan deze ver genoeg? Men zou als uiterste consequentie zelfs de vraag kunnen opwerpen of het algehele verbod op kinderarbeid in een kenniseconomie wel zo verstandig is? Zeker nu gevaarlijke machines en ongezonde werkomstandigheden – die ooit de terechte aanleiding waren tot dat verbod – geen deel meer uitmaken van hedendaagse arbeidsomgevingen… Een controversiële, doch terechte vraag?

0 Comments

Leave a reply

©2017 NVO2 - website door Thumbs Up

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account