Professionals: pak online ruimte om je te profileren

Ik ben grote fan van de boeken van Mattieu Weggeman zoals ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’ omdat hij zo mooi het vakmanschap en de professional centraal zet. Mijn eigen ervaringen met managers roepen toch wel om meer ‘power to the professional’. Een professional is iemand die autonoom handelt en zich identificeert met zijn vakgebied. Een arts voelt zich vaak meer arts dan onderdeel van zijn ziekenhuis, en zal dus ook meer energie krijgen van uitwisseling met zijn vakgenoten dan in een vergadering over het bestuur van de afdeling.

Online profileren

Sociale media geeft de professionals meer ruimte om zich te profileren op vakmanschap, kennis en visie dan binnen de organisatie in vergaderingen. In vergaderingen speelt organisatie-politiek en hiërarchie vaak een rol. Met sociale media kunnen professionals zich zowel intern als extern profileren. Wat interessant is -en soms hard- is dat het via sociale media heel duidelijk wordt welke professionals als experts worden gezien en invloed krijgen. Nu is ook hier weer groepsdynamiek aan het werk natuurlijk. Er is een nieuwe online wereld van invloed (= macht) aan het ontstaan. Heb je al genoeg invloed en macht? Dan hoef je niet meer verder te lezen :). Alhoewel…. misschien om het in de toekomst te behouden.

Meet Emile

Een mooie illustratie van het online profileren was een bijeenkomst die ik vorige week bezocht, de Yamtour. De bijeenkomst begon online. De featured speakers waren de grotere klanten van Yammer zoals Rijkswaterstaat en Capgemini.

Ook interessant natuurlijk daar niet van. Maar een kleinere innovator als Emile buurtzorg zal daar niet zo snel tussen komen te staan. Het evenement begon echter online. Emile wist zich daar te profileren als iemand met interessante ervaringen in de zorg. Hij ging online op zoek naar andere professionals en wist na het evenement deze mensen te verzamelen. Dit is profilering in de positieve zin van het woord, laten zien waar je voor staat en wat je in huis hebt. Ik besloot hem te interviewen en zo krijgen zijn ervaringen nog een breder podium. Zo bieden sociale media ruimte aan professionals om op te vallen en anderen te inspireren. Eigenlijk op dezelfde manier als Esmée Denters via Youtube ontdekt is met zingen, en waarschijnlijk nooit ontdekt was zonder sociale media.

Profilering: niets voor mij?

Profilering/personal branding kan ook een negatieve bijklank hebben, althans dat had het voor mij. Het idee van jezelf op de voorgrond zetten. Ik denk dat het zowel voor jezelf als voor je carriêre belangrijk is om wel bezig te zijn met je profilering, zeker online. Voor jezelf omdat het helpt om je professionele identiteit te ontwikkelen en je draai te vinden (om het te vaak gebruikte passie woord nu maar even te vermijden..). Online zichtbaar worden zal steeds belangrijker worden om interessante banen en opdrachten te krijgen. Een LinkedIn profiel invullen als je je baan verliest is vaak te laat. Een interessant blog laat zien waar je voor staat.

Waar beginnen?

Ik maak het onderscheid tussen 4 belangrijke strategieën:

  1. Bijblijven op je vakgebied en zo een ‘info-mediair’ worden. Informatie scannen, zoeken en verwerken: Je kunt informatie zoeken via zoekmachines, maar via je persoonlijke netwerk op sociale media krijg je veel specifiekere informatie. RSS feeds en zogenaamde ‘dashboard tools’ helpen je om snel informatie te scannen. Zo ben je makkelijker bekend met ontwikkelingen en kun je dit op een andere manier weer aanbieden, bijvoorbeeld via een blog, nieuwsbrief of andere manier.
  2. Samen leren en netwerken. Door de snelheid van communicatie via sociale media leent het medium zich voor het opbouwen van een persoonlijke leernetwerk, een groep mensen die jouw kunnen helpen je vragen te beantwoorden, en jouw expertise ook leren inschatten. Het is heel makkelijk om nieuwe mensen te gaan volgen via sociale media.  Om echt samen te leren via sociale media is het belangrijk om in relaties te investeren, en in een aantal professionele communities actief te gaan worden.
  3. Profileren door delen van expertise.  Menno Lanting -in zijn boek Iedereen CEO– merkt terecht op dat delen via sociale media een uitstekende manier is om te werken aan je professionele profilering. Als je gaat reageren, op welk soort vraagstukken doe je dat dan? Ga je bloggen of een tweet sturen, en zo ja waarover? Deelnemen in sociale media op basis van je professie dwingt je om professioneel kleur te bekennen en je expertise te laten zien. ‘Iedereen een expert’ op sociale media!
  4. Samenwerken aan projecten.  Sociale media maken het ook mogelijk om online makkelijk samen te werken aan concrete projecten. Zo kun je bijvoorbeeld samen een wiki bouwen over een bepaald onderwerp.

De strategieën overlappen gedeeltelijk, maar kunnen toch helpen bewuste keuzes te maken waar je je tijd in gaat steken. Kies hierbij een strategie die het dichtst bij je huidige voorkeuren en activiteiten ligt.

Bekijk ook mijn prezi over professionele profilering

Professionele Profilering on Prezi

5 Comments
  1. rolfknijff 5 jaar ago

    Joitske,
    Al is het maar om je te laten zien dat er [a] gedacht moet worden,[b] er verschillend gedacht kan worden, hieronder een recentie die ik in 2008 schreef over het boek van Weggeman dat je zo bewondert, en tot hoeksteen makt van je betoog. Je zult merken: ik ben er niet gelukkig mee. Waarom? Elk argument dat een professionele interventie suggereert, vraagt onderbouwing, zeker door iemand die zich als ‘professor’ tooit. Tenzij het betoog slechts een ‘persoonlijke’ opvatting is; dan zitten we in een ander schip!

    Groet,
    Rolf Knijff

    Wetenschap of consultancy? 11/12/2008

    Door: R. Knijff
    Wat een verschrikkelijk slecht boek! En dat kreeg een nominatie als ‘best boek van het jaar’? Weggeman faalt op alle fronten. Empirisch, analytisch en beleidsmatig. Zijn empirie blijkt te bestaan uit wat ‘hij meemaakte’, uit zijn ervaring. Maar wat koop je daar voor? Bij het NatLab zagen ze hem mogelijk liever gaan dan komen? Aangevuld met spaarzame verwijzingen. Niet naar wetenschappelijke, maar vooral naar ‘consultants-literatuur’ die Weggeman’s product reliëf geeft. Storend in de wijze waarop Weggeman ‘zijn ervaring’ verwoordt is het hoog populistisch en het modieus karakter. Het tussen de letters door suggereren van de beperkingen van allen die zijn visie niet delen. Storend zijn de simplistische voorbeelden, soms van een ander geleend. Zoals het voorbeeld van de ‘kruising en de rotonde’ [blz. 148]. Kenmerkend voor zijn betoog is haar Nederlands ‘progressieve aard’. Die autoriseert je managers te ridiculiseren en elke vorm van inmenging in je leven af te wijzen. Die kritiek en die afwijzing sublimeert Weggeman [en met hem anderen] in de ‘nieuwe mens’: de ‘kenniswerker’. Dat stroperige Nederlandse wordt bovendien in het modieuze pak gestoken van het ‘Rijnland’, als overmaat van ramp.

    Analytisch slecht omdat Weggeman niet in staat blijkt zijn hoofdingrediënten te definiëren. Kennis, cultuur, collectieve ambitie. Ze komen er bekaaid af. Zelf waar hij [bv bij cultuur en kennis] zijn best doet. Hij verbindt de concepten in een ‘zweefsoep’, waarbij de lezer eerder verondersteld wordt met Weggeman ‘mee te voelen’, dan hem na een intellectuele worsteling te verstaan.

    Tenslotte beleidsmatig. Weggeman’s premissen zijn simplistisch. Bijvoorbeeld rond de [eigen] motivatie van professionals. Is die echt beter dan die van lagergeschoolden. Zijn ze beter in het vaststellen van doelen? En dan dat uitgangspunt dat professionals voor hun beroep en tegen hun bedrijf kiezen? Een ieder die ooit leidinggaf aan professionals [sorry, voor dat vieze woord!] weet dat het opleidingsniveau geen enkel verschil maakt wat betreft, motivatie, of het ‘kunnen vaststellen van doelen’. Tenslotte: laat Weggeman eens bestuderen hoe coördinatie tot stand kan komen in een bedrijf, wanneer iedereen een eigen doel heeft.

    Conclusie: Weggeman draagt zijn boek op aan Starren. Samen, met nog enige tientallen denkers in Nederland. behoren ze tot de populist-consultants. Ze argumenteren op hoog-emotioneel niveau tegen managers, voor verdrukte kenniswerkers. Ze trappen de ene open deur na de andere in. Ze claimen wijsheid die ze rechtvaardigen [hier gaat het over Weggenman] in een idealistisch, verbaal theater. Geïllustreerd met een muzikaal, artistiek, lintje. Maar wie houdt wie voor de gek? Ondanks zijn mooie loopbaan bij Philips, druipt Weggeman’s boek van het onbegrip voor de praktijk. Maar naar ik vrees, zal het antwoord op die kritiek niet anders zijn, dan dat de praktijk zich maar moet aanpassen. Aan een wetenschapper of aan een consultant?

    Rolf Knijff

  2. Joitske Hulsebosch 5 jaar ago

    Ha Rolf,

    Grappig dat je je zo hebt geërgerd aan het boek wat ik met zoveel plezier en herkenning heb gelezen. Het ging mij niet om de wetenschappelijke waarde van zijn boek, maar hij heeft een werkelijkheid beschreven die ik ook zo heb beleefd. Herken jij dit niet uit organisaties of heb je nooit binnen een organisatie gewerkt?

    • rolfknijff 5 jaar ago

      Dag Joitske,

      Mijn wortels liggen ‘in de organisatie’. Dat wil zeggen organisaties in ‘Wereld 1’, de wereld van [commerciele] bedrijven, waaraan NVo2 leden hun diensten leveren en die hun rekeningen betalen. De wereld van leveranciers is vanuit mijn kijk ‘Wereld 2’. Het is[beter “was”; ik ben nu iets anders aan het doen] vanuit mijn verantwoordeljkheid voor beleid in ‘Wereld 1’, dat ik nadenk over ‘Wereld 2’ en niet voetstoots bereid ben producten uit die wereld zonder reflectie te slikken. Beoordeling veronderstelt het beschikken over een professioneel kader, dat helaas ontbreekt. Criteria rond kwaliteit binnen dat kader zouden kunnen zijn: ‘juistheid van wat beweerd wordt’, ‘volledigheid van het argument’, ‘begrip van vraagstukken in de werkelijkheid [van ‘Wereld 1’], ‘hoe effecten van het product zich manifesteren’, enz. Dat alles heeft niets te maken met ‘wetenschappelijk'[het etiket dat je aan mijn recensie verleent]. Ik ben geen wetenschapper en poog het ook niet te zijn. Het heeft te maken met, zoals gezegd, ‘beleid’. Beoordeling van producten moet, met alle respect, evenmin plaats vinden met behulp van categorien, zoals ‘grappig’ of ‘ergernis’. Eerder met, zoals ik al stelde, de professionele criteria die binnen een beroepsgemeenschap moeten worden gedefinieerd. Dat naast professionele, ook sociale en politieke argumenten een rol spelen is een gegeven. Helaas stel ik vast dat leden van ‘Wereld 2′, dus mijn “leveranciers’ [als ik ze zo even mag aanduiden] niet in staat zijn hun maatschappelijke kijk op zichzelf, als ‘ zichzelfrealiserende, hoog-opgeleide kenniswerkers’, te scheiden van de producten die ze mij verkopen. Het ‘product’ van meneer Weggeman is een toonbeeld van die situatie. Het is een wollig betoog, gericht op het geluk van hooggeschoolden, niet op dat van de cassière van Albert Hein, of op dat van de technicus die onlangs mijn auto repareerde. Vermoedelijk is het Weggeman’s overtuiging, dat die klasse van ‘hooggeschoolden’, binnenkort de wereld redt. Maar zo’n visie is naief en getuigt amper van begrip voor ‘Wereld 1’. Maar wat moet ik dan vinden van het denken van de man? Wanneer ik zijn denken voorschotel aan hoogopgeleiden in ‘Wereld 1’ zijn zij de eersten om vast te stellen dat Weggeman’s betoog niet klopt! Dat ook hooggeschoolden leiding nodig hebben, binnen een strategie. Dat ook ‘hooggeschoolden’ last hebben van menselijke ‘eigenschapen’ als ‘naijver’, egoisme, achterbaksheid, enz.. Het is een illusie te veronderstellen dat de ontwikkeling van professionaliteit leidt tot het ontstaan van een ‘nieuwe mens’. Dat je daarom kunt roepen: ‘Leidinggeven: niet doen’. Het is het verschil tussen idealisme en realisme. Met alle respect voor je enthousiasme voor Weggeman: idealisme wordt in ‘Wereld 1’ niet herkent. Idealisme laat zich niet ‘instrumentaliseren’. Dat vonden we in de politiek al lang geleden uit.

      Rolf

      • Joitske Hulsebosch 5 jaar ago

        Nou Rolf, ik zie in deze reactie toch echt geen link meer met mijn verhaal dat online een nieuwe manier biedt om je te profileren als professional. Je mag best een eigen onderwerp beginnen maar doe dat dan op je eigen blog bijvoorbeeld. Of schrijf zelf een blogpost.

  3. rolfknijff 5 jaar ago

    Misschien mag ik een relatie tussen mijn reacties en jouw eerste stuk suggereren. Het gaat om professionalisering. In ons geval in HRD en HRM. Een zeer dringend probleem. Onderzoeken die zeggen dat beide geen rol van strategische waarde hebben zijn niet schaars. Je bouwt een heel verhaal op hoe je denkt dat professionalisering gestimuleerd kan worden. Je vertrekt vanuit het model dat Weggeman biedt. Tot zover zijn we het vast eens. Mijn reactie zegt niet anders dan dat je verhaal over professionalisering een ‘Wereld 2’ betoog is, dat haar waarde in ‘Wereld 1’ moet bewijzen en, mijns inziens, nog niet bewezen heeft. Dat het vertrekt vanuit een ‘droom’. Dat was een uitnodiging je betoog over professionaliteit te onderbouwen. Dat deed je niet. Is het mogelijk dat je gerespecteerde reactie, dat je niet ziet wat ik bedoel, mijn stelling bewijst dat er een kloof gaapt tussen ‘Wereld 1’en ‘Wereld 2’?. Tussen wat HRD-ers, vanuit een specifieke kijk op professionaliteit willen leveren, maar wat de wereld, omdat ze van het nut niet overtuigd is, niet vraagt?

    Rolf

Leave a reply

©2017 NVO2 - website door Thumbs Up

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account